Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDERDUITSCHE
AANTOONENDE WIJS. AANVOEGENDE WIJS»
Rïeervoudig.
Wij drukken,
Gii drukt.
Zij drukken.
Meervoudig.
Dar wij drukken,
Dat gij drukket.
Dat zij drukken.
Onvolmaakt verledene tij'd.
Enkelvoudig.
Ik drukte.
Gij druktct.
Hij drukte.
Meervoudig.
Wij drukten.
Gij drukt et,
Zij drukten.
Enkelvoudig.
Dat ik drukte,
Dat gij druktet.
Dat hij drukte.
Meervoudig.
Lat wij drukten y
Dat gij druktet,
Dat zij drukten.
Volmaakt verledene tijd.
Meervoudig.
Ik heb gedrukt.
Gij hebt gedrukt.
Hij heeft gedrukt.
Meervoudig.
Wij hebben gedrukt,
Gij hebt gedrukt,
Zij hebben gedrukt.
Meervoudig.
Dnt ik hebbt gedrukt,
Tat gij hebbet gedrukt.
Dat hij hebbe gedrukt.
Meervoudig.
Dat wij hebben gedrukt.
Dat gij hebhet gedrukt.
Bat zij hebben gedrukt,.
aan-