Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST.
159
AANTOONENDE WIJS.
Gij waart gewe&st,
hJij' was gemest.
Meervoudig.
Wij waren geweest.
Gij Wiiart geweest.
Zij waren geweest.
AANVOEGENDE WIJS.
Dat gij wäret geweest^
Dat hij ware geweest»
Meervoudig.
Dat wij waren geweist.
Dat gij wäret geweest,
Dat zij waren geweest.
Enkelvoudig.
Ik zal zijn.
Gij zult zijn.
Hij zal zijn.
Eerste toekomende tijd,
Enkelvond/g.
Dit ik zo»(/e zijn,
Dat gil zoudet zijn.
Dat liij' zoude zij 11.
Meervoudig.
Wij znlien zijn.
Gij zult zijn.
Zij zullen zijn.
Meervoud/'s:.
Dat wij zmden zijn.
Dat gij zouaet zijn.
Dat zij zouden zijn.
Tweede toekomende tijj.
Enkelvoudig.
Ik zal geweest zijn.
Gij zuit geweest zijn.
Hij zal geween zijn. '
Meervoudig.
Wij zullen geweest zijn,
Gij zult geweest zijn ,
Zij zullen geweest ztjn.
Enkelvoudig.
Dat ik zotKte geweest zijn,
Da gij zoudet g eweest zijn,
Dat hij zoude geweest zijn.
Meervoudig.
Dat \vij zouden geweest zijn.
Dat gij zoudet geweest zijn,
Dat zij zouden geneest zijn.