Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
S p R. A A K K U N S T.
IST
AANTOONENDE WJJS.
Hij zal.
Meervoudig.
Wij zullen.
Gij zult.
Zij zullen.
AANVOEGENDE WIJS.
Hij zoude.
Meervoudig.
Wij zouden.
Gij zoudet.
Zij zouden.
315- Ï^Isi: hulpwoord zijn.
ONBEPAALDE WIJS.
Tegenwoordige tijd: zijn, of wezen.
Verledene tijd : gcwtest zijn.
Toekomende tijd; te zullen zijn, of wezen.
DEBLWOOaDBN.
Tegenwoordige tijd: ziinde, oï wezsnde*
Verledene tijd: geweest zijnde.
Toekomende tijd: zullende zijn , of wtzen.
AANTOONENDE WIJS. AANVOEGENDE WIJS.
Tegenwoordige tijd.
Enkelvoudig.
Ik len.
Gij zijt,
Hii is. (♦)
Enkelvoudig.
Dat ik zij,
Dat gij
Dat hij zij.
Meer-
(*) Vtn liet misOgoth. im, is, i't.