Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
Ji8
nederduitsche
§. 305. Deze tijd wordt bij de ongelijkvloeijen-
de werkwoorden gevormd, door den wortelklinker
op onderscheidene wijzen te veranderen, als: le-
zen , las, schieten, schoot, vinden, vond, strijken,
streek enz. ; en bij de gelijkvloeijende , door ach-
ter het zakelijke deel dex werkwoorden, op
g, i, Is m, », r, V, w en 2 eindigende, de te
voegen, a!s: krabben, krabde, — redden, redde,
— zagen, zaagde, — zaai jen, zaaide, — spelen,
speelde, — kammen, kamde, — rennen, rende, —
lieren, leerde, — le^itn , leefde , — vowuen, vouw-
de , — razen, raasde', of door achtervoeging van
te, wanneer het zakelijke deel c^ f, k, p, s, t
en ch uitgaat, a's: blafcn, blafte, — schrikken^
schrikte, stoppen, stopte, — krassen, kraüe, —
zetten, zette, — lagchen, lachte. (♦)
306. Even als de tweede persoon van den
tegenwoordigen, zoo heeft ook dezelfde persoon,
in den onvolmaakt verledenen tijd , altoos eene t
achterop, als: ik bond/gij bondt, ik greep, gij
greept, ik streek gij streckt, ik krabde, gij krab-
det^ ik zaagde, gij zaagdet, ik schrikte, gij schrik-
tet, ik kuste., gij kustet enz.; terwijl het gebruik
wil, ten aanzien van de ongelijkvloeijende werk-
woorden , welke in den onvolmaakt verledenen
tijd de korte a aannemen , dat deze klinker , in den
tweeden persoon, verdubbeld worde, als: ik las,
S'J
C") Zie L. TEN KATE, D. I., M. $48, en ver?.