Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
spraakkunst. 47
hou enz. schrijven, dewijl de d tot het zakelijke
deel dier woorden behoort, en brand, treed,
zend, houd enz. derhalve alleen de regelmatige
spelling is. Die. werkwoorden, welke, in het za-
kelijke deel, eene t hebben, dulden, om deze re-
den, ook geen onderscheid tusschen het enkel- en
meervoud, als: haat, weet, giet, sluit, sloot,
smijt enz.; doch dit zelfde gebrek heerscht niet
slechts in de gebiedende wijs, maar ook in alle
Overige wijzen en tijden dezer werkwoorden.
S- 297. 4. De aanvoegende wijs is die, waar-
door iets twijfelachtigs , of onzekers gezegd , waar-
door een wensch, of eene voorwaarde, of toege-
ving, of aandrijving uitgedrukt wordt; als, i. een
wensch: hij level ach, hij verhoore mij! 2. eene
voorwaarde: leefde hij nog, ik zou mij verblijden;
vinde ik hem, ik zal mij voldoening weten te be-
zorgen; 3. eene toegeving: hij ga waar hij wil,
nogtans ontvlugt hij het niet; wie hij ook zij enz ;
of eindelijk, 4. eene aandrijving, doch alleen in
den eersten persoon van het meervoud, als: gaan
wij, zingen wij enz,
298, Ook bezigt men daartoe eenige voor-
voegsels, of voegwoorden, terwijl 1. het oog-
merk uitgedrukt wordt, door dat, opdat, ten
einde, als : zorg, dat dit geschiede, — ik spreek,
opdat ik gehoord worde enz.; 2, een wensch,
door och dat, als: och dat ik hem nog gezien had-
de! 3. eene toegeving, door dat, als: dat hij,
zoo het hem lust, zijne gezondheid wage: 4. eene
K s aan-