Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST. 145
rt^i. Nog in een ander opzigt komen de be-
drijvende deelwoorden als bijwoorden voor; bij
voorbeeld, in de de uitdrukking de vakend droo-
mtnde man', waarvoor men niet kan zeggen ds wa-
kende droomcndt man, dewijl het deelwoord wa-
kend, dat hier ils bijwoord gebezigd wordt, slechtsi
zekere omstandigheid van het deelwoord droomen-
de bepaalt, en daarop alleen, eigenlijk, zijne be-
trekking heeft. -
S. 393. a. De aantoontnde wij» is die, waar-
door men de daad , welke een werkwoord uit-
drukt, naar de verscheidenheid der tijden regt-
streeks aantoont, als: ik hoor, heb gehoord, word
gehoord, ben gehoord enz. Hiertoe behooren dm
ook alle stellige vragen, bij voorbeeld: zal hij
ons hooren? IVeet gij zeker, dat hij ons gehoord
heeft?
294. 3. De gebiedende wijs wordt gebruikt,
wanneer men iemand iets gebiedt, of verzoekt;
of wanneer men iemand tot iets opwekt, of ver-
maant; bij voorbeeld: hoor, hoort enz. Men kan
hierbij aanmerken, dat de gebiedende wijs geene
tijden, en eigenliik alleen den tweeden persoon,
in het eukel- en meervoudige getal, heeft. Im-
mers, iemand iets gebieden onderstelt den per-
soon, tot welken gesproken wordt; en deze is
alleen de tweede persoon. Ook onderscheidt de
gebiedende wijs zich daardoor, dat zij het per-
soonlijke voornaamwoord, hetwelk zij, bovendien,
in den tweeden persoon missen kan, achter zich
K heeft,