Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST. 143
i88. i. De onhepaalck wijs is die, welke de
handeling van bet werkwoord, in eenen algemee-
nen zin, zonder bepaling van persoon of getal,
maar alleenlijk met aanwijzing van tijd, voorstelt,
als: hooren, gehoord te hebben, te zullen hooren
enzr.; bij voorbeeld: ik moet zorgen, dat enz.,
tegenwoordige tijd; — ik meen, gehoord te heb-
èen, verledene tijd; — htj beloofde mij, te zullen
komen, toekomende tijd. Ook neemt de tegen-
woordige tijd der onbepaalde wys te voorop, als:
f'k y er zocht hem te blijven — ik zal zien te komen
enz.; doch hierover wordt in de woordvoeging
gehandeld. Ook dient hier aangemerkt te wor-
den, dat de onbepaalde wijs dikwerf met de voor-
zetsels door, met, van en orn vervoegd wordt,
als: ik deed het maar, om te zien enz.; hij heeft
de slechte gewoonte van met alles ie spotten — door ^
of met de zaken wel te bedenken kan men enz. Ook
zonder te: met vragen komt men te Rome — dat
is trant van zingen enz.
289. De deelwoorden, zijnde, eigenlijk, van
de werkwoorden afgeleide bijvoegelijke nascnvoor-
den, drukken eene hoedanigheid van werken, lij-
den of bestaan uit, toegepast op eene zelfstandi-
ge zaak, met aanwijzing van tyd. Zij worden
deelwoorden genoemt, omdat zij iets, zoo vrel vau
de werkwoorden als van de bijvoegelijke naanj-
woorden en bijwoorden in ,zich bevatten, en dus
aan beide deel hebben. Zij zijn tweederlei, aJs:
hoorende, in den tegenvvoordigen tijd, cw gehoord^
ia