Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST.
loi
geschreven, zal komen, mrdgeslagen cn ben gevan-
gen', terwijl hebben, zijn en worden, ook op zich
zeiven, en zonder andere werkwoorden, gebezigd
worden, als: ik heb geld^ gij zijt rijk, hij wordt
arm,
16.3. Het hulpwoord hebben Coulings heven^
waarvan hevet, nu heeft', oulings ook/{ravt«, waar-
van havede, haf de, nu hadde, had) helpt de ont-
brekende tijden der bedrijvende en veler onzijdige
werkwoorden vormen, en maakt zijne eigene ont-
brekende tijden, deels met zich zelf, deels met
het hulpwoord zullen. Het hulpwoord zijn, of
wezen, oulings ook weren, waarvan was, waart
en geweest (oulings gewezen, dat als bijvoegelijk
nog in gebruik is) vormt zijne ontbrekende tijden,
gedeeltelijk met zich zelf, gedeeltelijk mtt zulïen.
Het hulpwoord worden, dat de lijdende werkwoor-
den helpt vormen, maakt zijne eigene ontbrekende
tijden met zijn en zullen', en dit laatste hulpwoord ,
waardoor de toekomende tijden aller werkwoorden
gevormd worden, is, behalve de onbepaalde wijs
en het deelwoord, alleen in den tegenwoordigen
tijd van de aantoonende en aanvoegende wijs ge-
bruikelijk,- weJk all«3 uit de vervoeging verder
zal blijken.
Na-