Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
124
NE D ERDUITSCHE
der taal meende men, om de vervoeging der
werkwoorden te vinden, of om het denkbeeld
van het verledene uit te drukken, dat derzelver
wortelklinkers alleen behoefden verbogen te wor-
den, terwijl de medeklinkers onverasderd bleven.
Van hier steken, stak gestoken. Van tijd tot tijd
vormde men minder ongelijkvloeijende werkwoor-
den , als : geven, gaf, gegeven; en eindelijk werden
geene andere , dan gelijkvloeijende, gevormd; waar-
van straks nader.
252. De ongelijkvloeijende werkwoorden wor-
den in eenige soorten verdeeld. De eerste soort
bevat zulke, welke , in den onvolmaakt verledenen
tijd en in het lijdende deelwoord, denzelfden klin-
ker aannemen. En deze maken bij ons het groot-
ste getal uit. De verwisseling hunner klinkers
geschiedt, op de volgende wijs:
1. De ij gaat over in den zachten langklinker
e, als: blijven, bleef, gebleven, strijden, streed,
gestreden enz.
2. De ui, ie en de zachte lange e gaan over in
de zachte lange 0, als: sluiten, sloot, gesloten,
schieten, schoot, geschoten, bewegen, bewoog , be-
wegen enz.
3. De korte i en de korte scherpe e gaan over
in de zachte korte 0 , als; vinden, vond, gevonden,
bersten, borst, geborsten, schenden, schond, ge-
schonden. .
S« 253. Tot de tweede soort van ongelijkvloei-
jen-