Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
150
NE D ERDUITSCHE
spraak, eene werking plaats; en deze werking ge-
schiedt door mij op iemand, of iets anders. Geeft
men aan dit werkwoord nu de eigenschap van
lijdeny en zegt men ik word geslagen, dan blijft
daarbij, echter, het denkbeeld van werken niet
minder, dan in het vorige geval, stand houden,
schoon de werking door iemand, of iets anders,
op mij geschiedt
248. Men onderscheidt, in onze taal, voor-
namelijk, drie rangen van werkwoorden. Die,
welke tot den eersten rang behooren, dragen
den naam van ongelijkvloeijende-, die van den
tweeden rang worden gelijkvloeijende, en die van
den derden rang onregelmatige werkwoorden ge-
noemd.
249 Ongelijkvloeijende werkwoorden zijn die,
welke, in de vervoeging, den wortelklinker ver-
anderen, en in het verledene deelwoord en, met
een voorgevoeijd ge, hebben, als: drijven, dreef,
gedreven, spreken, sprak, gesproken enz. Gelijk-
vloeijende worden, daarentegen, zulke genoemd, wel-
ke, in al hunne vervoegingen, aan geene verwis-
seling van wortelklinker onderworpen zijn, en in
den onvolmaakt verledenen tijd de, of te, en in
het verledene deelwoord d, oï t, insgelijks met
een voorgevoegd ge, hebben, als: leven, leefde,
geleefd, hopen, hoopte, gehoopt enz.; terwijl zoo
wel bij de ongelijk- als gelijkvloeijende werkwoor-
den , welke met onscheidbare voorzetselen zamen-
gesteld zijn, dit voorgevoegde ge^ in het verlede-
ne