Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST. lai
ik u verhalen, of: ik zal u verhalen, wat mij ge-
beurd is.
245. De verbuiging van' welke is , als die van
het vragende voornaamwoord welke. Dewelke, dat
minder in gebruilc is, wordt verbogen 2i\s dezelve;
met dit onderscheid, dat de tweede naamval niet
deswelks, maar desv/elken is. Het onzgdige wat
wordt, als betrekkelijk, niet verbogen, en alleen
in den eersten en vierden naamval gebezigd: alles ,
wat van hem gezegd wordt, is waar. Alles, wat
ik daarvan weet, zal ik u verhalen,
E. OVKR DE WBRKWOORDEN.
i. Derzelver aard en rangschikking.
246. Thans komen wij tot een der gewigtig-
ste gedeelten der spraakkunst, de beschouwing,
namelijk, van de werkwoorden. Door dezelve
drukt men de beweging en rust, den tijd, het
bestaan en worden, het werken en lijden der
personen of zaken uit, welke door de zelfstandi-
ge naamwoorden aangeduid worden; bij voorbeeld:
2/;«, worden, beminnen, staan, kopen enz.
247 Schoon tot een werkwoord niet alleen
de eigenschap van werken, maar ook die van lij-
den behoort, zoo houdt, in het laatste geval, ech-
ter het denkbeeld van werken niet op, naardien
als dan de werkende^personen slechts verwisselen;
bij voorbeeld: ik sla. Hier heeft, buiten tegen-
H 5 spraak,