Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST.
115
Mannelijk
I. Welhe,
"2. Welker,
3. Welken,
4. Welke.
Onzijdig.
Zoo als in het
mannelijke ge-
slacht.
Meervoudig,
Vrouwelijk.
Welke,
Welker,
Wtlke, welker.
Welke.
§. 236. Het vragende voornaamwoord hoedanige
wordt op deze wijs verbogen; hoedanige man, hoe-
danige vrouw, hoedanig kind; in den tweeden naam-
val: hocdanigen mans, (yan hoedanigen man)-, ert
verder als welke. Van hoedanig een, welk een, en
wat voor een, wordt alleen het laatste verbogen,
als het lidwoord een. Ook hebben zij, even als
dit, geen meervoud.
6. Aanwijzende voornaamwoorden.
237. De aamvijzende voornaamwoorden zijit
zulke, waardoor personen of zaken, als met den
vinger, aangewezen worden. Men brengt daartoe
gemeenlijk deze, die, gene, degene, diegene, de-
zelve, dezelfde, zulke, zekere, desgelijke, dergelij-
ke, dusdanige, zoodanige. Eer wij de verbuiging
dezer voornaamwoorden opgeven, moeten wij iets
ten aanzien van eenige derzelven aanmerken.
238. Deze beteekent iets nabij en tegenwoor-
dig zijnde , gene iets meer afgelegen, zoo wel in
opzigt tot den tijd, als de plaats: aan deze zijde
des grafs, aan gene zijde des bergs; gene geluk-
kige dagen zijn voorbij. Ook zonder zelfstandig
naamwoord, of in betrekking tot hetzelve: leg u
H 2 ep