Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
136 NE D ERDUITSCHE
veordvoeging f alwaar het breeder zal behandeld
worden.
2»a Ook worden de verbogene naamvallen
van den eersten en tweeden persoon tot de weder-
keerende voornaamwoorden gebragi, omdat zij als
wederkeerende gebezigd worden, bij voorbeeld :
ik schaam mij, wij oejenen ons, gij bedriegt u
enr.j oocii dan moeten de hiervan afgeleide bij-
voegelijke naamwoorden, «/';'«, ons, «w, als; ik
verkoop u mtjn hun enz., mede onder de weder-
keerende voornaamwoorden gerangschikt worden,
daar zij intusschen, eigenlijk, niet anders dan
bezittelijke voornaamwoorden zijn.
4. Bezittelijke voornaamwoorden.
223. De bezittelijke voornaamwoorden zijn
xulke, die eene bezitting, of een eigendom aan-
duiden , als: mijn, mijne, ons, onze, zijn, zijne,
haar, hare, hun, hunne, en de daarvan afgeleide
de en het mijne, onze, zijne, hare, hunne. Zij
duiden eene bezitting, of eenen eigendom aan, in
opzigt tot den persoon, wien deze bezitting, of
eigendom, toegekend wordt, en hebben derhalve,
natuurlijk, hunne betrekking op twee zelfstandige
dingen — op den persoon, wien iets als zijn ei-
gendom toegekend, en op de zaak, welke als een
eigendom voorgesteld wordt, bij voorbeeld: mijn
ioed', .hier duidt mijn aan, dat het goed, waar-
vaa