Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
134 NE D ERDUITSCHE
gezte/i — gij alleen zijt onschuldig', het tweede,
om de medewerking van iederen anderen persoon
uit te shiiten, of om de persoonlijkheid nog na*
éèi te bepalen, als: ik zelf heb het gedaan — zij
•zelve sprak daarvan — hij is het zelf enz.
aip. Hierbij moet aangemerkt worden, dat
dit zelf nooit eene s achteraan ontvangt, dan al-
leen in den tweeden naamval: mijns zelfs, uws
zelfs enz. Zelfs is anders eigenlijk een bijwoord,
200 veel als ook beteekenende. In de volgende
uitdrukking worden zelf en zelfs kennelijk onder-
scheiden : ik zelf heb hem gezien, ja ik heb zelfs
met hem gesproken,
3. Wederkeerende voornaamvoorden,
§. 220. De wederkeerende voornaamwoorden zich,
xijn, haar, hun behooren, eigeniyk, alleen tot
den derden persoon. Immers, wanneer deze der-
de persoon eene werking verrigt, welke op hem
zeiven terug keert, dan geschiedt de verbuiging
van hij, zij, het, op deze wijs: .
Enkelvoudig.
Mannelijk. Vrouwelijk. Onzijdig.
J.
a. Zijns (van Harer(yanmh'), Zoo als in het
zich), mannelijke ge-
slacht.
3. Zicht