Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
132
NE D ERDUITSCHE
3. Hem (jtati Haar (^«an haar). Het (aan het"),
hem^.
Hem, Haar, Het,
Meervoud.
Mannelijk. Vrouvi'clijk. Onzijdig.
I. Zij, Zu ^ii,
a. Hunner ^van Hat eryan haar). Hunner (_van
hen) , hen),
3, Hun (_aan Haar (aan haar), Hun (aan hen) ^
hen),
4* Hen, Haar, Hen.
§, 215. Omtrent den boven staanden tweeden
persoon gij, en in de verbogene naamvallen wwsy
V, moeten wij nog aanmerken, dat dezelve thans
zoo wel in het enkelvoud, als in het meervoud
gebezigd wordt, schoon gij oudtiids alleen dien-
de, om het meervoud uit te drukken, en men in
het enkelvoud du, en in de verbogene naamvallen
dijns, dij, zeide. Waarschijnlijk is eene soort van
wellevendheid oorzaak geweest, dat men zich,na-
derhand, ook in het tnktlvoud, van het meervou-
dige gij bediend heeft Om het meervoudige gij
en u van het enkelvoudige te onderscheiden, voegt
pien somwijlen het woord lieden achter het zelve,
jilp: gijlieden, ulieden. Doch men heeft te regt
nangeoi^rkt, dat deze onderscheiding niet noodzar
kc.