Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST.
99
Meervoud.
Mannelijk. Vrouwelijk.
t. De oude,goede Ds zieke, zwakke
mannen, ke vrouwen,
S, Der oude, goe- Der zieke, zwak-
de mannen, ke vrouwen ,
Denouden,goe- De, der zieke,
den mannen, zwakke, vrou-
wen.
De oude, goede De zieke, zwak-
mannen. ke vrouwen.
Oiiz'gdig.
Di lieve , gehoor-
zame kinderen,
Der lieve, gehoor-
zame kinderen,
Den lieven, ge-
hoorzamen kin-
deren ,
De lieve, gehoor-
zame kinderen.
208. Wij hebben boven ("§. 183) gezegd, dat
de bijvoegelijke naamwoorden somwijlen de plaats
der zelfstandige naamwoorden bekleeden. Thans
voegen wij hier bij, dat zij, in dat geval, even als
de zelfstandige naamwoorden, verbogen worden.
Het gebruik heeft hieromtrent, ten aanzien van het
meervoud van alle bijvoegelijke naamwoorden en
voornaamwoorden, welke op geen vooraf gaand zelf-
standig naamwoord betrekking hebben, volkomen
beslist, en men zegt, genoegzaam zonder uitzonde-
ring, de vromen, de geleerden, de armen, de rijken,
de zieken, de gezonden, de dooden, de levenden, de
magtigen dezer aarde, de schoonen (jchoone vrouwen)
enz.; alsmede sommigen, anderen enz.; doch in op-
zigt tot het mannelijke geslacht in het enkelvoud, wil
het gebruik geheel anders, in geval namelijk, een
lt.aiine]ijke persoon onder het bijvoegelijke naamwoord
G a ver-