Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
86
nederduitsche
zijnde een zeer gemeenzame uitgang van bijvoege-.
lijke naamwoorden, iiet zij van andtre bijvoegelij-
ke, het zij van zelfstandige naamwoorden afkom-
stig, als: grootsch, van groot, regtsch, van regt,
irotsch, van trots, atrdsch, van aaide, daagsch ,
van dag, Rottcrdamsch, van Rotterdam, en vele
anderen. De d««elii';sche uitspraak laat hier wel,
vtelal, de enkele s liouren , waarom men, hierme-
de overeenkomstig, ook wel aardse, Rotterdamse
schreef, doch deze ïc()ikking naar dc spreektaal
is, in den schrüfstijl, vooriang reeos aigekeurd,
en men schrijft aardsch enz. (*).
i8j. Ook worden bijvoegelijke naamwoorden ,
door middel van den uitgang de en ste, van de
hoofd{;etallen afgeleid, als: de eerste tweede, der-
de, tiende, twttaigstc, honderdste, duiiendste
Zoo ook worden, door middel van lei en hande,
van de bepaalde en onbepaalde telwooorden afge-
leid eenerlei, tveed^rlci, tiendcrlci, houder der lei, zes-
dsrhande, tienderhande, allerlei , menigerlei , veler'
hande enz.; insgelijks de niet voudig zamengestelde
(cnvou Jg, viervoudig, veelvoudig, meervoudig euz.
§ 183. Eindelijk behoort tot de beschouwing
van den aard der bi)Voegeliike naamwoorden, dat zij
somwijlen de plaats van zelfstandige bekleeden,
als: de wijze, de geleerde, dc schoone (eene vrouw),
het schoot,e, het goede, het kwade, of een goed,
een
(♦) Zie yerhandtling over de Nederd. t^ellieg , door den Hoog-
Iferiiar w, siegenbeeii, bl. asg.