Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
84 nederduitsche
Ttan worden, gelijk blijkt uit eetbaar, leverbaar,
leesbaar, kenbaar enz.
175. De uitgang ig, welke mede dikwerf in
bijvoegelijke naamwoorden voorkomt, geeft den
aard van, of eene geneigdheid tot iets te kennen,
als blpt in levendig, haastig, willig enz , on-
derscheiäen van de deelwoorden levende, haasten-
de, willende enz., welke de dadelijke werking aan-
duiden. Even blijkbaar is de opgegevene kracht
van den uitgari'g ig, in hoofdig, handig, lijvig,
moedig enz.
176. De uitgang lijk, afkomstig van lijken,
gelijken, duidt, bij zelfstandige of bijvoegelijke
naamwoorden geplaatst, het wezen, of den aard
der zaken aan, als: goddelijk , vorstelijk, eerlijk,
ziekelijk, armelijk, goelijk enz. 'Bij het zakelijke
deel van werkwoorden gevoegd, drukt het de
daad eens werkwoords uit, als: behagelijk, be-
driegelifk enz.; of de mogelijkheid van dezelve,
als: sterfelijk enz. Andere bijvoegelijke naam-
woorden, in lijk uitgaande, hebben nog andere
beteekenissen. ,
177. De uitgang loos, ontleend van den on-
volmaakt verleden tijd, loor, loos, verloor, verloos,
van het oude lieren, liezen, nu verliezen, geeft
eene berooving, of ontbering, te kennen, en komt
of achter zelfstandige naamwoorden, als: geldeloos,
moedeloos, zorgeloos, kinderloos, hulpeloos, vruch'
teloos, enz. , of achter het zakelijke deel eens
werkwoords, als; reddeloos, storeloos enz.
%. 178.