Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
spraakkunst*
3?
§. 171. De van werkwoorden afgeleide deelwoor-
den, zoo bedrijvende als lijdende, behooren mede
tot de bijvoegelijke naamwoorden, en worden op
dezelfde vviis a!s die gebezigd, bij voorbeeld: ho-
pend, kopende, zingend, zi'igende enz,; bemindy
geleerd, geliefd enz ; een hopend paard, het spe-
lende kind, de zingende vogel, een beminnend en
bemind man, eens btminnendsn en beminden mans —
eene beminnende en beminde vrouw — eener bemin-
nende en beminde vrouw — een beminnend en
bemind kind, eens beminnenden en beminden kinds
enz. Zoo ook in zamenstelling mcnschlicvend enz.
§. 17». Zij dragen den na.im van bijvoegelijke
naamwoorden, omdat zij bij de naamwoorden ge-
voegd Worden, en tot dezelve belioor<^n. VVan-
neer men, bij voorbeeld, zegt: de dappere krijgs-
man, dan is dapper een bijvoegelijk naamwoord,
als de hoedanigheid des krijgsmans aanduidende.
173. De afgeleide, of zamen^esttlde, bijvoe-
gelijke naamwoorden hebben v-.rscniileude uitgau'
gen. De voornaamste zijn: baar, ig, lijk, loos,
•/.aam , achtig , haf tig
174; be uitgang baar, aftomstig van het werk-
woord baren, heren, dat is dragen, voortbrengen j
is zeer gemeen in bijvoegellike naaoiwoorden. ßij
zelfstandige raamwoorden gevoegd, heeft dezelve
eenen werkenden zin, als: vruchtbaar^ wonder-
baar, blijkbaar enz. Doch achter het zakelijke
deel eens werk^voords komende, heeft dezelve
eenen lydenden zin, en beteekent zoo veel als dat
F a kati