Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST.
79
deftigen stijl, de zacbte e aciiter aan, als: Gode^
den manne, zijner zorge toevertrouwd; terwijl de
onzijdige woorden, even als de manr.eliike, den.,
of eenen, voorop nemen, als: den volgenden ge-
slachte enz.
162- Sommige handelingen gaan niet tot iets
anders over, maar zijn veeleer eene beweging in
zich zelve, als: ii ga, ik kom tnz. Andere han-
delingen kunnen niet zonder een voorwerp ge lacht
worden, waartoe zij zich bepalen. En dit voor-
werp eener handeling is juist datgeen, wat wij
den vierden naamval noemen. Wanneer men, bij
Toorbeeld, zegt: de vreugd overwint de droefheid ^
en omgekeerd: de droefheid overwint de vreugd,
dan staat droefheid eerst, als het voorwerp der
handeling, in den vie den, en vervolgens, als de
handelende persoon of zaak, in den eersten naam-
val; schoon in beide gevallen de woorden vreugd
en droefheid onveranderd blijven.
§ ! 63 Doch, om den aard des vierden naamvals
nog duidelijker te leeren kennen, moeten wij ons
denzelven in vergelijking met den derden naamval
voorstellen. Wanneer men zegt: de man snijdt zich ;
dan is zich het voorwerp der handeli ig, of de v/cr-
naamval. Wanneer men, daarentegen, zegt/ de
man snijdt zich brood; dan is brood het voorwerp
der handeliag, of de vierde, en zich het doel der
handeling, of de derde naamval.
§. 164 De vierde naamval wordt ook door de
voorzetsels beheerst, als: aan kuist in dti stad
ko.