Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
;8 nederduitsche
der stad-, in plaats van hewijzen, dat hij welge-
vallen aan hen had: bewijzen zijns 'welgevallens.
En dus Uriigen wij de volgende korte en volle-
dige bewoording : ds zoon des veldoversten gaf
den burgeren der stad bewijzen zijns welgeval*
lens.
S. 159. De handelingen eens redelijken wezens
hebben niet alleen een voorwerp, waartoe zij over-
gaan, msar ook een einde, waartoe zij geschie-
den, Zoo zegt men, bij voorbeeld, ik snijd mij
yleesch; terwijl ik het handelende wezen, snijd de
handeling, vleesch het voorwerp, eu mij het doel
der bandeling is. En dit doel der handeling is de
derde naamval.
160. Deze naamval wordt derhalve vereischt,
wanneer aan eenen persoon, of eene zaak, iets
gegeven, aangeboden, toegeschikt, of ontnomen
wordt; cf wanneer ten gevalle, ten voordeele,
of nadeele van dezelve» iets geschiedt; of wan-
neer iets gezegd wordt, aan dezelven gelijk of
ongelijk tc zijn, als: geef hem zijn geld, ontneem
hem zijn mes, deze is hem gelijk, iemand iets be-
loven , iemand iets misgunnen, — deze spijs is
zwakken menschen schadelijk enz. In plaats van
dezen derden naamval wordt dikwerf het voorzet-
sel aan of voor gebezigd; aan iemand iets beloven ,
misgunnen enz.; deze spijs is voor zwakke menschen
schadelijk enz.
S. 161. De derde naamval ontvangt wel eens,
in alle geslachten, doch mede, niet dan in den
def.