Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
74 nederduitsche
wijzen derzelver naamvallen aan, schoon ook de
naamwoorden zelve geene verbuiging ondergaan.
S 148 Wy hebben derhalve, eigenlijk, niet
meer, dan vier naamvallen, namelijk den mminu'
tivus, genitivus, dativus en accusativus, of, gelijk
wij de naamvallen liefst noemen willen, den eer-
sten, tweeden, derden en vierden naamval; naar-
dien de vocativus, in alle opzigtcn, aan den eer-
sten naamval gelijk is, kunnende de persoon, of
zaak, welke als werkende, lijdende, wordendeen
zijnde aangemerkt wordt, ook als aangeiproken
voorkomen; ttrwijl die naamval, welke bij de
Latijnen de ablativus is, bij ons altoos door een
voorzetsel aangeduid wordt.
14g. iJe eente naamval wordt de regte ge-
noemd, omdat dezelve het naamwoord in zijne
eerste en beteekenis voorstelt, zonder, door
verandering van letteren of lidwoorden, verbogen
te zijn. De drie overige naamvallen worden van
dezen regten, als het grond- en wortelwoord,
door verandering van letteren en lidwoorden, ge-
vormd en afgeleid, en dragen daarom, in tegen-
stelling, den naam van anregte, of verbogene
naamvallen.
150. De eerste naamval heeft dan plaats, wan-
neer een persoon, of eene zaak, als werkende, lij-
dende, wordende, zijnde, of aangesproken voor-
komt. Hij drukt den persoon , of de zaak, onmid-
delbaar en alleen voor zich zeiven uit, zonder eeni-
ge verbindtenis met, of betrekking op iets andere
aan