Boekgegevens
Titel: Zielleer voor kinderen
Auteur: Siebeck, August David Heinrich; Martens, M.
Uitgave: Franeker: G. Ypma, 1823-1825 *
Opmerking: Vert. van: Seelenlehre für Kinder. - 1822
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 B 3
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205981
Onderwerp: Filosofie: filosofische antropologie, filosofische psychologie
Trefwoord: Filosofie van de geest, Leergesprekken, Kinderboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zielleer voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
zeVenDE GESPREK. 77
vei-strcoiden! Hunne voorstellingen zijn vol
leonilen en dwalingen en hebben geene vast-
heid. Vliedt de verstrooijing; want zij wordt
zeer b"gt tot gewoonte! — De ziel heeft niet te
vergeefs de kracht van God ontvangen, oni
haar waaniemings-vermogen opzettelijk op eenig
voorwerp te kunnen rigten. Wie deze ki-acht,
dit vermogen oefent, zal voor verstrooijing
beveiligd zijn. Opmerkzaamheid op zich zeiven
en de omringende v(x>r\verpcn is het beste
nn'ddel tegen deze ongelukkige gewoonte.
Maar de oj-^merkzaamheid heeft verschillende
trappen, welke \vij desgelijks moeien leeren
kennen, opdat wij eeiie duidelijke voorstelling,
van dezelve verki'ijgon. Daardoor zult gij le-
vens den tiap leenu kennen, waarop uwe
opmerkzaamheid slaat.
Wanneer gij, hef kind! in den zomer eenen
vlinder wilt vangen, wat is d<m dikwijls het
geval, \vanneer gij reeds meent, dat hij nu
gevangen is ?
L. Dat l ij ontvloden is.
O. Om liem dan loch evenwe! Ie vangen,
vervolgt gij den vlugleling gedurig verder!
Zoodra bij een rnsïpuut gevoud'.n heeft, jaagt
gij hem w' der op de vlugt.