Boekgegevens
Titel: Zielleer voor kinderen
Auteur: Siebeck, August David Heinrich; Martens, M.
Uitgave: Franeker: G. Ypma, 1823-1825 *
Opmerking: Vert. van: Seelenlehre für Kinder. - 1822
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 B 3
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205981
Onderwerp: Filosofie: filosofische antropologie, filosofische psychologie
Trefwoord: Filosofie van de geest, Leergesprekken, Kinderboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zielleer voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
72 , ZIELLEER.
O. Van waar komt liet, dat n de afzonder-
lijke deelen en derzelver eigenschappen onbekend
zijn gebleven?
L. Doordien ik geene pogingen heb aange-
wend, om dezelve te leeren kennen.
O, Is daartoe het gezigt van den tnin ge-
noegzaam, of zondt gij iedere plant op zich
zelve moeten beschouwen ?
L. Ik zoude iedere plant op zich zelve
moeten beschouwen.
O. Welk oogmerk zoudt gij daarbij hebben?
L. Om de afzonderlijke deelen te leeren
kennen.
O. Welke voorstelling zoudt gij daardoor
verkrijgen ?
L. Eene duidelijke voorstelling.
O. "Wie is van dit oogmerk bewust ?
L. Ik, of mijne ziel.
O. Zult gij, zoodra gij van dit oogmerk be-
wust zijt, naar andere voorwerpen zien, of
uwe oogen eenig en alléén op de plant rigten,
waai-van gij eene duidelijke voorstelhng verkrij-
gen wilt?
L. Ik zal mijne oogen op dit voorwerp
alléén rigten.
O. lioe zult gij deze werkzaamheid der ziel