Boekgegevens
Titel: Zielleer voor kinderen
Auteur: Siebeck, August David Heinrich; Martens, M.
Uitgave: Franeker: G. Ypma, 1823-1825 *
Opmerking: Vert. van: Seelenlehre für Kinder. - 1822
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 B 3
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205981
Onderwerp: Filosofie: filosofische antropologie, filosofische psychologie
Trefwoord: Filosofie van de geest, Leergesprekken, Kinderboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zielleer voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
zevende gesprek. 87
Naar ^velke TOorstellingeh omferscheiden dus
de diei-en ?
L. Naar doiikei-e en klare.
O. Op deze wijze onderscheidt de hond een
gtnk vleesch van brood, zonder van de ken-
merken bewust te zijn, waardoor zich deze
beide dingen van elkander onderscheiden.
Wat kan het dier van het gemis vari dit ver-
mogen niet hebben?
L. Geene bewustheid.
O. Dus ontbreekt aan hetzelve ook dë zelf-
bewustheid. Het weet niet, dat het leeft, dat
het zich van andere dieren en dingen oiidfei-^
scheidt. Het is van zijne donkere eh klare
voorstellingen niet bewust.
Hoe weldadig dit gemis van bewiistlieid in dfe
dierlijke ziel voor den menseh zij, zult gij, lieve
kinderen! zelve opmerken.
Wanneer paarden en anderé sterke dieren
zich hunner krachten bewust waren, wat zou-
de dan onmogelijk zijn?
L. Dat dezelve getemd konden worden.
O. Een jongske, dat veel zwakker is, kan
een groot sterk paard naar zijnen zin leiderf.
Had het dier bewustheid, het zonde zijne over-
magt niet opzigt tot dc ligcliaamssterkto ken-