Boekgegevens
Titel: Zielleer voor kinderen
Auteur: Siebeck, August David Heinrich; Martens, M.
Uitgave: Franeker: G. Ypma, 1823-1825 *
Opmerking: Vert. van: Seelenlehre für Kinder. - 1822
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 B 3
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205981
Onderwerp: Filosofie: filosofische antropologie, filosofische psychologie
Trefwoord: Filosofie van de geest, Leergesprekken, Kinderboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zielleer voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
4 . ZIELLEER.
O. Waniioer gij dus zegt: a Ik weet helh
Wie moet daaronder verstaan worden ?
L. De ziel.
O. Daarvoor zegt gij korter: « Ihh) —•
c Hijh — « TV^!)) — enz. Wien ontbreekt
alieen hel weten?
L. Jfet ligchaam
O. Alle wetenschap is dns het eigendom van
de ziel. Wie zal dus weten, dat gij slechts écu
persoon zijt ?
L. De ziel.
O. Wie weet het, dat de zintuigen aanschou-
wen en gewaar worden ?
L. De ziel.
O. Zij weet, dat zij door dit of dat zmtuig
voorstellingen ontvangt van de dingen buiten
haar. Hoe zult gij dit vermogen der ziel, waar-
door zij zich dit alles hewiist is, noemen ?
L. Bewustheid.
O. Hoe wordt de bewustheid genoemd, wel-
ke de ziel van zich zelve heeft?
L. Zelfbewustheid*
O. Wat onderscheiden wij daardoor van ons
- zeiven?
L. Alle andere dingen.
O. Wij weten, dat wij de dingen niet zijn.