Boekgegevens
Titel: Zielleer voor kinderen
Auteur: Siebeck, August David Heinrich; Martens, M.
Uitgave: Franeker: G. Ypma, 1823-1825 *
Opmerking: Vert. van: Seelenlehre für Kinder. - 1822
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 B 3
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205981
Onderwerp: Filosofie: filosofische antropologie, filosofische psychologie
Trefwoord: Filosofie van de geest, Leergesprekken, Kinderboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zielleer voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
VIERDE GESPREK. C3
lEw iJncIiaam en uwe ziel zijn immers wel drie
deelen ?
L. Ligchaam en ziel zijn écn.
O. Zoo lang dezelve met elkander verbondoil
zijn, maken zij een onafscheidelijk geheel uit,
maar zij zijn toch twee wezenlijk verschillende
deelen van elk mensch. Jk^esta slechts uit
ligchaam en zlell —> Zeg mij: dat eens zeer
langzaam Ua. ^
L. Ik . . . (ue ondermjzer valt hem schielijk
in de rede). '
O. Genoeg! genoeg! gij zeidel: a lk/i) —
Verstaat gij daardoor /jfcen ander mensch, eenen
anderen persoon, dan\ii zei ven?
Lc Neen, mij zefven! —
O, Hoö veel persoiien zijn <^at?
L. Slec|its één.
O. Maar^^ hoe veel wezenhjke deelen be^
slaat ieder menschT^f ieder persoon ? '
L.-^ Uit twee ;w^é2eniiike doelen.
O. Daar gij ^his skchts één persoon zijt, m't
hoe veel dgéjen-bestaat gij daarom ook slechts?
ET ü^^-^wee deelen.
O. Weiy van de twee deelen kan echter al-
leen wetei^ wian^an wj spreken?
L. Dé ziel. ]
11