Boekgegevens
Titel: Zielleer voor kinderen
Auteur: Siebeck, August David Heinrich; Martens, M.
Uitgave: Franeker: G. Ypma, 1823-1825 *
Opmerking: Vert. van: Seelenlehre für Kinder. - 1822
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 B 3
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205981
Onderwerp: Filosofie: filosofische antropologie, filosofische psychologie
Trefwoord: Filosofie van de geest, Leergesprekken, Kinderboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zielleer voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
VIERDE GESPREK. Sg
nmWscheiden, wanneer de voorstelling van de-
zelve duidelijk zoude zijn?
L. De kennis der alzondei-lijke dee'en.
O. AVij moeten ons derhalve overtuigen, dat
de kenmerken, waardoor de ligcliamen zich on-
derscheiden, onbekend zijn aan de diei-en. Aan-
gezien wij nu de dieren ten dien opzigte niet
kunnen ondem-agen j moeten wij oplettende zijn
op hun gedrag, en door ervaring tot overtui-
ging trachten te komen.
Toen Zeuxis eene maïid met druiven, door
eenen jongeling gedragen, met zijn penseel op
lijnwaad getooverd had, stelde hij dc scliilderij
ter aanschouwing van kenners ten toon. De
vogels vlogen er op toe, om van de zoo ge-
trouw nanr de natuur geschilderde druiven te
eten.
"Waarvan onderscheidden deze dieren hel ge-
schilderde fruit niet ?
L. Van de wezenlijke natuurlijke dniiven-
O. Ofschoon zij dagelijks van dit fruit aten;
werden zij toch in eene zoo groote mate misleid.
Maar indien zij eene duideUjke vooi'stelling van
hun voedsel hadden, wat zoude dan in die
male niet mogelijk zijn ?
L. De misleiding.