Boekgegevens
Titel: Zielleer voor kinderen
Auteur: Siebeck, August David Heinrich; Martens, M.
Uitgave: Franeker: G. Ypma, 1823-1825 *
Opmerking: Vert. van: Seelenlehre für Kinder. - 1822
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 B 3
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205981
Onderwerp: Filosofie: filosofische antropologie, filosofische psychologie
Trefwoord: Filosofie van de geest, Leergesprekken, Kinderboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zielleer voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
zevenDE GESPREK. 55
gij den boom, waarvan wij tot liierloe gespre-
ken hebben ?
L. Van de zoodaiiigen, welke geene appel-
boomen zijn.
O. Er zijn verschillende soorten van appel-
boomen, gelijk n bekend is. Deze draagt eene
zeer groote soort van appelen; maar van deze
soort zijn er in meingte; uit dien hoofde kan
uwe voorstelling van dezen boom dan alleen
eene duidelijke zijn, wanneer gij den boom van
alle andere van zijne soort onderscheidt.
Welke werktuigen tot waarneming ontbreken
de dieren niet ?
L. De zintuigen.
O. Wij zullen onderzoeken, welke soorten
van voorstelUngen de dieren daardoor verkrijgen.
Wanneer gij een paaixl eene mand met haver,
en eene andere, met steenen gevuld, voorhoudt,
lot welke zal het paard zich wenden, om er
van te nuttigen?
L. Tot de mand met haver.
O. Door welk zintuig zal het de haver, van
de sleonen onderscheiden?
L. Door de zintiugen van het gezigt en van
den reuk.
O. Wat onderscheidt Let paaid van elkander?