Boekgegevens
Titel: Zielleer voor kinderen
Auteur: Siebeck, August David Heinrich; Martens, M.
Uitgave: Franeker: G. Ypma, 1823-1825 *
Opmerking: Vert. van: Seelenlehre für Kinder. - 1822
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 B 3
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205981
Onderwerp: Filosofie: filosofische antropologie, filosofische psychologie
Trefwoord: Filosofie van de geest, Leergesprekken, Kinderboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zielleer voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
zevenDE GESPREK. 53
nog nicl veib'g zijt voor verwisseling, of verwar-
ring, ofschoon gij eene klare voorstelling hebt?
L. Omdat ik de enkelvoudige deelen van het
ligchaam niet ken.
O. Dat is de reden, dat gij dezen boom
noch van wond-, noch van tuinboomen kunt
onderscheiden.
Wanneer zp.udt gij in staat zijn dezen boom
van alle andere boomen te onderscheiden?
L. Wanneer ik deszelfs, enkelvoudige deelen
had leeren kennen.
O. Deze kennis kan ik u wel met behulp
van mijnen verrekijker verschaffen. De stam,
de bast, de bladeren en bloezems van denzelveii
doen mij nog klaarder opmerken/ dat het, zoo,
als ik vermoedtlo, een appelboom is.
Welke voorstelling hebt gij niet meer, daar gij.
HU de enkelvoudige deelen kent?
L. Geene klare, of verwarde, voorstelling.
O. Hoe zult gij de voorstelling noemen, wel-
ke ik van den boom heb, daar ik deszelfs enkel-
voudige deelen duidelijk zie, en duidel^k kan
<)nderscheiden ? ,
L. Eene duidelijke voorstelling.
O. Waaraan zult gij in het vervolg welen.