Boekgegevens
Titel: Zielleer voor kinderen
Auteur: Siebeck, August David Heinrich; Martens, M.
Uitgave: Franeker: G. Ypma, 1823-1825 *
Opmerking: Vert. van: Seelenlehre für Kinder. - 1822
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 B 3
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205981
Onderwerp: Filosofie: filosofische antropologie, filosofische psychologie
Trefwoord: Filosofie van de geest, Leergesprekken, Kinderboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zielleer voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ZIELLEËR.
O. Maar gij kunt het slechts van die h'gcha^
men onderscheiden, die niet tot deszelfs soort
behooren. Van waar zulks konU, zult gij dade-
lijk ervaren.
Welke hoofddeelcn moet een boom hebben,
van welken wij eene duidelijke voorstelling ge-
kregen hebben?
L. Wortel, stam en kruin.
O. Dit lijdt geen twijfel; want gij kent nit de
natuurlijke historie de hoofddeelen der geWaSsen.
Noem mij de gedaante, de grootte en klenr
van deszelfs stam, takken (zoo grootere als klei'-
nere), bladeren en bloezems!
L. Dat kan ik niet.
O. Gij kunt heden zeer weinig! — Maar wat
is de reden, dat gij de enkelvoudige deelen van
den boom niet kent?
L. Om dat ik ze niet zien kan.
O. Van waar komt dit ?
L. Door den venen afstand.
O. De ruimte tusschen u en den boom is tc
groot, overschrijdt de sCem- uwer oogen. Gij.
zijt nog te ver van het voonverp verwijderd,
om deszelfs enkelvoudige deelen te kunnen be-
schouwen. Van waar komt het dus, dat gij