Boekgegevens
Titel: Zielleer voor kinderen
Auteur: Siebeck, August David Heinrich; Martens, M.
Uitgave: Franeker: G. Ypma, 1823-1825 *
Opmerking: Vert. van: Seelenlehre für Kinder. - 1822
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 B 3
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205981
Onderwerp: Filosofie: filosofische antropologie, filosofische psychologie
Trefwoord: Filosofie van de geest, Leergesprekken, Kinderboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zielleer voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
zevenDE GESPREK. 47
O. Zonilt gij in slaat zijn, om de voorwer-
pen te noemen, en van elkander te onder-
scheiden, welke gij op eenen grooteu afstand
waarneemt ?
L. Dat is onmogelijk.
O. Gij zult niet met zekerheid kimnen zeggen,
of het boomen of rotsen, bergen of wolken zijn.
De zintuigen worden door den al te grooten af-
stand misleid.
Wanneer wij ons tegenwoordig op den top
van den berg denken , aan welks voet de tuin
van onzen \Tiend ligt, dan ligt voor onze oogen
eene door de natuur rijk versierde landstreek.
Het bevallig uitzigt boeit onze blikken in dezelfde
mate, a!s de schoone en zeldzame gewassen van
den tuin, door welken wij henen moeten wan-
delen, om den bergtop te bereiken. Wanneer
het oog verzadigd is van het betooverend gezigt,
dan bepaalt het zich tot de kennisneming van
individuele voorwerpen. Waren onze oogen
zoo sclici'p als die van de Kaffers, de Kana-
diers , en andere wilde volken, die in de groot-
ste verle duidelijk zien, waar wij in het geheel
niets zien, wij zonden vele voorwerpen duidelijk^
naHsc')ónwn.
Wij willen eens vooronderstelicii, dat wij op