Boekgegevens
Titel: Zielleer voor kinderen
Auteur: Siebeck, August David Heinrich; Martens, M.
Uitgave: Franeker: G. Ypma, 1823-1825 *
Opmerking: Vert. van: Seelenlehre für Kinder. - 1822
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 B 3
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205981
Onderwerp: Filosofie: filosofische antropologie, filosofische psychologie
Trefwoord: Filosofie van de geest, Leergesprekken, Kinderboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zielleer voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
zevenDE GESPREK. 45
O. Daar dus de dingen niet zoodanig gesteld
Eijn, gelijk zij voor het oog verschijnen, zoo
noemt men dit?
Li Misleidingi
O. Wanneer gij in den zomer op uwe kamer
zit, en een wagen in de verte voorbijrolt, wat
meent gij dan te hooren?
L. Den donder van een onweder op eenen
verren afstand.
O. Gij hoort in de verte muzijk. Zij bekoort
uw oor; gij nadert, en wordt overtuigd, dat het
eene disharmonische en erbarmelijke miizijk is.
De verschillende rigtingen, welke de wind neemt,
zijn de reden, dat gij eene zachte harmonie
meendet te hooren.
Welk zintuig is dus ook aan misleiding onder-
worpen ?
L. Het zintuig des gehoors.
O. Dus streelen vele planten onze reukzenu-»
wen op eenen afstand veel aangenamer, dan in
de nabijheid. Ook de door konst vervaardigde
geuren zijn in de verte hefelijker, dan in de na-
bijheid. Moschus, bij voorbeeld, tast de reukze-
nuwen in de verte zoo sterk niet aan, dan
wanneer wij dezelve onder den neus brengen.
Ook de smaak wordt misleid.