Boekgegevens
Titel: Zielleer voor kinderen
Auteur: Siebeck, August David Heinrich; Martens, M.
Uitgave: Franeker: G. Ypma, 1823-1825 *
Opmerking: Vert. van: Seelenlehre für Kinder. - 1822
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 B 3
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205981
Onderwerp: Filosofie: filosofische antropologie, filosofische psychologie
Trefwoord: Filosofie van de geest, Leergesprekken, Kinderboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zielleer voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
TWEEDE GESPREK. 55
Maar wij leeren door het gevoel nog meer
cigenscliappen der ligchamen kentien.
Wat ontwaart gij door üw gevoel, wanneor
gij geslcpene metalen, geslepen glas j of gepolijst
hout, aangrijpt?
L. Dat deze hgchamen glad zijn.
O. Door welk zintnig verneemt gij, dat an-
dere ligchamen weekj hard, ruw, snijdende of
stekende zijn?
L. Door het gevoel.
O. Waarom ligt höt fijnste gevoel in de vin-
gertopjien ?
L. Omdat zich daar Vele zenuwen voreeni-
gen.
O. Maar, wanneer door het verbranden van
een gedeelte der huid, door kwetsing, of ziekte,
de fijnste zenuwpunten stomp zijn geworden,
wat ontbreekt dan aan deze deelen?
L. Het gevoel.
O. Ook ■ dit zirituig kan, gelijk de overigen j
door oefening zeet Verfijnd worden. Uit dien
hoofde onderscheiden de blinden den stempel van
mnnten, de fijnheid van papier, van laken
enz., zeer naauwkenrig.
Maar waar blijven altoos de ligchamen, of*
schoon wij dezelve mot de zintuigen waavncmcn?