Boekgegevens
Titel: Zielleer voor kinderen
Auteur: Siebeck, August David Heinrich; Martens, M.
Uitgave: Franeker: G. Ypma, 1823-1825 *
Opmerking: Vert. van: Seelenlehre für Kinder. - 1822
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 B 3
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205981
Onderwerp: Filosofie: filosofische antropologie, filosofische psychologie
Trefwoord: Filosofie van de geest, Leergesprekken, Kinderboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zielleer voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
22 ZIELLEEFu .
wijs zijn vau hai-eu vorstelijken rang, of van
Iiare geneigdheid tot gemak en pj^al.
Wanneer wijj bij voorbeeld, bij eenen vr^rend
kwamen, die ons des avonds ten eten gevi-aagtï
had, en deze wilde ons in eea vertrek bi en-
gen, waar noch zon noch maan haar licht
verspreidde, noch künstlichi; dit gemis vergoedde,
met welk zintuig zouden dan van het rer-
ti^k, en de daarin vooi'handen zijnde voorwer-»
]>en, geen beeld en geeae voorstelling kunnen
verki'ijgen ?
L. Met dat van liet gezigt.
O. Wiens aiwezigheid zoude een beletsel zijn
voor dit zintuig, om der ziel te dienen ?
, L* De afwezigheid vau het hcht.
O. Het oog gelijkt ïiaar eene donkere kamer,
zoo lang het niet door den voor lietzelve be^
sieanden licIUstraal verlicht wordt.
Wanneei' wij du6 volmaakt' gezonde oogen
hebben, en het ILcht ontbieela, wat kannen wij
daai eveiiwei uiet ?
L. Niet zien.
O. Wanneer onze vriend wil, dat wij ons
deukbeeldea zuI/gü vormen vaai de ycui*, de
grootte cii den vorm vau liet vcrti'ek, wat moet
hij ons dan bezorgen ?