Boekgegevens
Titel: Zielleer voor kinderen
Auteur: Siebeck, August David Heinrich; Martens, M.
Uitgave: Franeker: G. Ypma, 1823-1825 *
Opmerking: Vert. van: Seelenlehre für Kinder. - 1822
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 B 3
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205981
Onderwerp: Filosofie: filosofische antropologie, filosofische psychologie
Trefwoord: Filosofie van de geest, Leergesprekken, Kinderboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zielleer voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ijo ZIELLEER.
L. Voorstellingen.
O. Wanneer uwe ziel eene voorstelling lieefi,
wat heeft zij clan van het ligchaam?
L. Een beeld. . i
O. Door wier hulp komt de ziel lot de
voorstellingen van de dingen, welke buiten ons
zijn of omgaan?
L. Door behulp van de zintuigen. :
O. Hoe zult gij uit dien hoofde de voorstel-
lingen noemen, daar dezelve eeniglijk door de
zintuigen verkregen kunnen worden?
JL. Zinnelijke voorstellingen.
O. Ontwerp daarvan eene stelling.
L. De del ontvangt zinnelijke voorstellin-
gen van de ligchamen buiten ons.
O. Gij beschouwt de ligchamen, gij ziet of
aanschouwt dezelve, en komt door dit aanschou-
wen tot voorstellingen van de ligchamen. Hoe
kan men uit dien hoofde de voorstellingen ook
noemen, daar dezelve door het aanschouwen
verkregen worden?
L. Aanschouwingen,
O. Welk hoedanigheidswoord zult gij dezer
benajning moeten toevoegen, aangezien buiten
de zintuigen geene aanschouwing mogelqk is?