Boekgegevens
Titel: Zielleer voor kinderen
Auteur: Siebeck, August David Heinrich; Martens, M.
Uitgave: Franeker: G. Ypma, 1823-1825 *
Opmerking: Vert. van: Seelenlehre für Kinder. - 1822
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 B 3
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205981
Onderwerp: Filosofie: filosofische antropologie, filosofische psychologie
Trefwoord: Filosofie van de geest, Leergesprekken, Kinderboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zielleer voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
TWEEDE GESPREK. 39
L. Door Iict zintuig clcs gezigts.
O. Wat is echter de boom, daar Inj door dit
zintuig k;m worden waargenomen?
L. Een Kgcliaam.
O. Wat ontvangt' drts do ziel, door dit zin-
tuig, van de ligchamen?
L. Beelden.
O. Wanncar gij een ligcliaam nooit gezien
hadt, wat rou de ziol er dan oük niet van
kunnen hebben ?
L. Het beekl
O. Maar zoo dra de ziel er het beeld van
heeft, wat behoeven wij dan niet eorst voor
oogen te stellen?
L. liet ligchaam.
O. Wanneer is het noodeloos het ligchaam
voor oogen te stellen?
L. Wanneer de ziel er het beeld van heeft.
O. Wat verbeeldt het beeld?
L. Het ligchaam.
O. De ziel stelt zich, door deze beelilen, dé
ligchamen voor, welke zij door haro zintuigen
waarnam.
Vorm uit het tijdwoord foorstellen het naanv^
woord, en gij hebt eenen naam voor deze bod'
den gevonden.