Boekgegevens
Titel: Zielleer voor kinderen
Auteur: Siebeck, August David Heinrich; Martens, M.
Uitgave: Franeker: G. Ypma, 1823-1825 *
Opmerking: Vert. van: Seelenlehre für Kinder. - 1822
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 B 3
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205981
Onderwerp: Filosofie: filosofische antropologie, filosofische psychologie
Trefwoord: Filosofie van de geest, Leergesprekken, Kinderboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zielleer voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
TWEEDE GESPREK. 17
L. De ongesteldheid der oogen.
O. Wie hoort met behulp van de ooreii?
L. De ziel.
O. Zijn de oogen en de ooreii in de nabije
heid van het hart, of van het brein?
L. In de nabijheid van het brein.
O. Ook de werktuigen van den reuk en
,den smaak zijn in het hoofd, en daardoor in de
nabijheid van het brein.
Door wier hulp komt echter alles, wal wij
waarnemen, tot het brein ?
L. Door die der zenuwen.
O. Het is u bekend, hoe deze in het lig-
chaam verspreid zijn. Maar, waar zal de üiel
wonen, daar hare dienaars of in de nabijheid
Van het brein wonen, of daaruit geboren wor-
den?
L. In het brein.
■ O. Uit dien hoofde verneemt ook de ziel,
door hare dienaars, wat buiten hai-e woning
omgaat, of met dezelve in aanrata'ng is. Het
gevoel, dat over het geheele ligchaam verspreid
is, geeft baar daarvan berigt.
Hoe vele werktsigen tot waarneming heeft de
teiel ?
L. Vijf.
•J