Boekgegevens
Titel: Zielleer voor kinderen
Auteur: Siebeck, August David Heinrich; Martens, M.
Uitgave: Franeker: G. Ypma, 1823-1825 *
Opmerking: Vert. van: Seelenlehre für Kinder. - 1822
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 B 3
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205981
Onderwerp: Filosofie: filosofische antropologie, filosofische psychologie
Trefwoord: Filosofie van de geest, Leergesprekken, Kinderboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zielleer voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
32 ZIEL LEER.
voor zulke geeslcii verklaart, verlio-^en dezelve
veel, althans in mijne oogen; want ik geloof
niet aan spoken, en dus ook niet aau geesten! —
Wat verstaat gij daardoor, wanneer gij de ziel
voor een jjecst verklaart?
L. Dat zij een van, het h'gchaarn verschillend
wezen is, dat men met de zinliugen niet kan
waaniemen,
O. De geesten in de spookgeschiedenissen
wami doorgaans ligchamen, of werkingon van
dezelve. Daar schiet mij echter te binnen, dat
de ziel, omdat men dezelve nooit met de zin-
tuigen kan waarnemen, eigenlijk wel niets an^
ders zij dan
eon nieïs! — Waardooz' zoudt gij
dézen inval voor eene dwaliiig verklaren?
L. Daardoor, dat een niets geene uitwerking
zoude kunnen vocrtbrcugon, en geen leven en
bewe<Tinjï aan het ligchaam mededeelen.
D i> O
O. Dat is waai ! want, wanneer, bij vooi^
beeld, kinderen, welke nog niets van dc natuur-
kunde welen, beweren, dat er niets in hot ghis
is, wat is er dan toch in het glas?
L. Lucht.
O. Dan zal dus ook de ziel lucht zijn.
L. Dan zoude zij een ligchaam zijn.
O. Dat zij dit niet is, hebben wij reeds