Boekgegevens
Titel: Zielleer voor kinderen
Auteur: Siebeck, August David Heinrich; Martens, M.
Uitgave: Franeker: G. Ypma, 1823-1825 *
Opmerking: Vert. van: Seelenlehre für Kinder. - 1822
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 B 3
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205981
Onderwerp: Filosofie: filosofische antropologie, filosofische psychologie
Trefwoord: Filosofie van de geest, Leergesprekken, Kinderboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zielleer voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
30 ZIEL LEER.
Daar nu de ziel andere wei'kingen voorlbrengt j
daii het ligchaam, kau zij geene gelijkheid heb-
ben met de ligchamen. Waaraan is dus de ziel
ten volle ongelijk?
L. Aan de ligchamen.
O. Het leven en de beweging zijn zekerlijk
uitwerkselen van de eigenschappen en krachten
der ziel. Maar op weih eene wijze toch beweegt
de ziel liet ligchaam ? — Dit moeten wij nog
onderzoeken. Wanneer gij over dag vlijtig ge-
werkt hebt, wat gevoelt gij dan des avonds?
L. Vermoeidheid.
O. Waardoor wordt deze het best weggeno*
men ?
L. Door den slaap.
O. Gij zult zeggen: a Ik ben al te vermoeid;
« ik ga naar bed! )) Gij staat dan langzaam op,
en begeeft u ter ruste. Maar eer gij uwe voeten
beweegt, gaat de wil daartoe vooraf. Wanneer
beweegt zich dus eerst het ligchaam?
L. Als de ziel zullcs gewild heeft;
O. Maar hoe noemt gij den wil van den
lieer, dien hij aan zijne onderdanen bekend
maakt ?
L. Een bevel.
O. De ziel beveelt dus de beweging, eei