Boekgegevens
Titel: Zielleer voor kinderen
Auteur: Siebeck, August David Heinrich; Martens, M.
Uitgave: Franeker: G. Ypma, 1823-1825 *
Opmerking: Vert. van: Seelenlehre für Kinder. - 1822
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 B 3
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205981
Onderwerp: Filosofie: filosofische antropologie, filosofische psychologie
Trefwoord: Filosofie van de geest, Leergesprekken, Kinderboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zielleer voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
EERSTE GESPREK. 7
scliaiTeii; wij willen ons daarom maar dadelijk
weder tot deze ievenloozen wenden. Of hebt
gij eene reden om er aan te twijfelen, dat deze
in staat zuHeii zijn, om ons hnnne zielen te
laten zien?
L. Zekerlijk; want de dooden hebben geene
ziel.
O. 'Van waar die zekerheid, waariTiede gij
dat beweert?
L. Van daar, dat ik weet, dat de ziel dooi-
den dood van het ligchaam gescheiden wordt.
O. Juist! de dooden moeten ons dezen dienst
weigeren, daar Iinn de ziel oulbreekl:. Maar,
hoe zullen wij onze ziel leeren kejmen, daar
wij dezelve niet kunnen zien?
Laat ons deswege den moed niet ojigeven;
want misschien kunnen wij de ziel hoorcn,
rieken, smaken, of voelen, en daardoor lot
tenm's van dezelve geraken. Wat zegt gij daar-
van ?
L. Dat is niet mogelijk; want de ziel zoude
een ligchaam moeten zijn, indien wij dezelve
op deze wyze zouden kunnen waarnemen.
O. Alaar, <laar er nog nooit eene ziel door
middel van de zintuigen is waargenomen, wat
kan dezelve, uit dien hooide, niet zijn?