Boekgegevens
Titel: Zielleer voor kinderen
Auteur: Siebeck, August David Heinrich; Martens, M.
Uitgave: Franeker: G. Ypma, 1823-1825 *
Opmerking: Vert. van: Seelenlehre für Kinder. - 1822
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 B 3
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205981
Onderwerp: Filosofie: filosofische antropologie, filosofische psychologie
Trefwoord: Filosofie van de geest, Leergesprekken, Kinderboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zielleer voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
100 , ZIELLEER.
L. Aan mijnen vader, broeclere, znsters eliz.
O Wanneer wij van eene roos spreken,
•svaaraan denken \rij dan terstond?
L. Aan de bloemen in den liiin.
O. Dus behoeft slechts een eenig gedeelte
genoemd te worden, en hot geheel staat dadelijk
voor onzen geest. Op deze wijze kan ook de
zonderlinge wending van een gesprek verklaard
worden. M;iar wij zullen nog andere oorzaken
ontdekken, welke aanleiding geven, dat zich
zekere voorstellingen buiten onzen wil vernieu-
wen. Het gesprek wordt dan op voorwerpen
geleid, waaraan wij voorheen in het geheel niet
dachten.
Hoe noemt men de dieren, welke zelfs men-
schen aanvallen , om hiuiuen honger te stillen ?
L. Roofdieren.
O. Wanneer ik u den hiëna noem , wel-
ke wreede roofdieren worden u daardoor
heriuneid?
L. Den tijger, den wolf, den leeuw, enz.
O. Waardoor gelijken deze dieren naar el-
kander?
L. Daardoor, dat zij tot de wilde wreede
roofdieren behooren.
O. Zoodra slechts zulk een dier genoemd