Boekgegevens
Titel: Zielleer voor kinderen
Auteur: Siebeck, August David Heinrich; Martens, M.
Uitgave: Franeker: G. Ypma, 1823-1825 *
Opmerking: Vert. van: Seelenlehre für Kinder. - 1822
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 B 3
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205981
Onderwerp: Filosofie: filosofische antropologie, filosofische psychologie
Trefwoord: Filosofie van de geest, Leergesprekken, Kinderboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zielleer voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
86 , ZIELLEER.
O. Maar wanneer wordt u deze mededceling
mogelijk ?
L. Waï|neer ik den inhoud heb opgemerkt.
O. Wat gij opgemerkt hebt, hebt gij als het
wai-e bewaard. Wat hebt gij dus niet gedaan,
wanneer gij van den inhoud niets kunt mede-
deelen ?
L. Ik heb er niets Van bewaard.
O. Daar lechter de inhoud dos briefs eenig-^
li^k datgene Ijevat, wal uw vriend gedacht heeft,
wat hebt gij dtis in uwe ziel bewaard, toen gij
op den inhtïud merkiet?
L. Dat, \vat mijn vriend gedacht heeft.
O. Met welken naam beatemj^lt men dicns-r
volgens het zielsvennogen, waaixloor liet ge^
dachte bewaard wordt
L. liet geheugen (eigenlijk gedaclitevis).
O. Dóór het bewai'en, woidt aan de voor-
stellingen, welke wij ons van de voorwerpen
eigen maakte«!, duurzaamheid verschaft» De zin-*
tuigen kunnen het voorwerp niet langer beschou»
wen, dan het aanwezig is. Door opmerkzame
beschouwing verkrijgt moïi eene vooi-stelling
van lietzelve.
Waar blijft tïeze over, wanneer ook het voor-
werp venvijderd wordt, of verdwijnt ?