Boekgegevens
Titel: Eerste voorbeelden ter zangoefening
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1820 *
Opmerking: Bevat ook, met eigen paginering: Versjes behoorende bij de Eenvoudige voorbeelden ter zangoefening
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 H 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205974
Onderwerp: Theaterwetenschap, muziekwetenschap: vocale muziek
Trefwoord: Zingen, Muziekwerken (vorm), Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste voorbeelden ter zangoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
^ G --
2.
Jfa menig een beeft overvlocil
Aan have, goed en geld;
Schoon zijn onrustig, norsch gemoed
ïlem nog met zorgen kwelt.
Hoe meer hij heeft, hoe meer hij wilj
ï»ooit zwijgt hij met zijn klagten stil,
3.
Hij noemt dees aarde een jammerdal,
En echter, ze is zoo schoon!
Biedt vreugde zonder maat of tal
En spreidt haar gunst ten tooa:
Elk diertje dat wij gadeslaan
Vervrohjkt zich iu ziju bestaan.
4-
Voor ons zijn bei'g, en dal, en veld
Met lieflijk groen bedekt;
Daar 't vooglenkoor zijn vreugd vermeldt
En ons tot danken wekt.
Des daags streelt ons de leeuwrik 't oor;
Des avonds 't nachtegalen koor.
5.
En als 't bekoorlijk zonnelicht
Door moi-gen nevlen straalt,—
En als het, voor 't verrukt gezigt,
Zoo statig nederdaalt,
Dan denk ik: ))A1 die grootsche pracht
j) Heeft God, de Schepper, yooj:tsebra^L"«r