Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
88 )
ligheid niet gereinigde kleederen, niet onge-
poetste schoenen, voor anderen verschijnt,
beleedigt, op eene grove wyze, de welvoe-
gelijkheid.
2) Orde. Deze veroorlooft niet in ge-
scheurde kleederen, met afhangende kousen ,
nedergekapte schoenen, of, in het algemeen,
in onachtzaam aangetrokkene kleeding, voor
anderen te verschijnen. Die de zindelijkheid
en orde bij zijne kleeding niet betracht,
wordt te regt voor een liederlyk en slordig
mensch gehouden.
3) Netheid. Daaronder is juist niet eene
gezochte sierlijkheid te verstaan, maar zij
heeft daar plaats, waar de kleeding met de
ligchaamsgrootte en den ouderdom volkomen
overeenkomstig is,'elk stuk van dezelve aan
het lijf past, en niet slordig en onachtzaam
af, of omhangt. Overdreven wordt de net-
heid in den opschik, hij welken men het
aangename der kleeding tot het hoofddoel
afaakt.
j, Eene overdrevene achting voor de klee-
ding maakt het gemoed ijdel en ellendig."
' ' „ Dwa-
m