Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
i 86 )
toni«>, die niet aan dk woord den tooa
geeft, die voor lietzelve behoort. Om deze
gebreken te vermijden, moet njen bij het
spreken den mond behoorlijk openen, en
niet te langzaam nodi te schielijk spreken.
Pene te groote langzaamlieid verwekt den
Eoogenaamden gezwollen (pathetischen) toon,
die in de gemeenzame verkecring aanstoote-»
lijk is. Wie de woorden te langzaam en in
eenen slepcnden toon voorteemt, beneemt
den toehoorder te veel tijd, en verwekt daar-
door langwijliglieid en billijken tegenzin.
Een gevolg van het te schielijk spreken is
niet alleen een gedurig verspreken, en de
kwade gewoonte van eenen en den zelfden
volzin meermalen aan te vangen, en evenwel
onvoltooid te laten, maar ook niet zelden
een zeer onaardig sproedelen. Bovendien
geeft een te heftig spreken, aan dengenen,
die het zich aangewend heeft, her aanzien
van eenen twistenden. Welvoegelijkheid in
de uitspraak vertoeft zich daarin, dat men
tan elke lettergreep den rekten toon geve,
bg voorhi niet iikzrtn ïo plaats bekéren
zeg-