Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
'( «5 O
hier de regel: de tooh van onze spraak zij
duiver, juist, verstaanbaar, buigzaam en
welluidend. Ruwheid en heeschheid der
stem kunnen, wel is waar, somtijds een na-
tuurlijk beletsel tegen het opvolgen van de-
zen regel in den weg stellen; echter zijn
het, gelijk de ondervinding leert, niet altijd
werktuigelijke gebreken (natuurlijke gebreken
in de spraakwerktuigen), maar het zijn meer-
malen zeer vroege verwensels, door welke
de toon van vele sprekenden in verscheidene
opzigten onaangenaam en onverstaanbaar
wordt. Reeds in sommige boekjes leest
men:
Spreek, gelijk verstandige lieden spreken:
snater, lispel en stotter niet.
Andere fouten in het spreken, die uit ver-
wensels plegen te ontstaan, zijn het sisseni
rekken, zingachti^ temen, het stotteren ,
fluisteren, het spreken op eenen te hoogen
of te diepen toon; het murmelen, het door
den neus spreken, het inslokken van enkele
lettergrepen, enz. Tegefl het aangename van
het spreken strijdt de eentoonigheid (mono-
' to-