Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( S4 >
rr eene volstrekt schaaratelooze gewoonte,
— met de vingers te knakken, met de-
zelve te trommelen, of gestadig iets in de
hand te kneden, of met eenen stok, dien
men in de hand houdt, te slingeren.
Opg. Welke zin heeft het gezegde-:
• De welvoegelijkheid is voor het ligchaam,
wat het oorspronkelijk vernuft voor den
geest is?
: % 32.
Welvoegelijkheid in het fprcken.
De welvoegelijkheid met betrekking tot de
spraak vertoont zich niet alleen in 'den toon
cn hl de uitspraak der woorden, maar ook
in de keus van onze woorden, of in datge-
ne, wat men spreekt, en eindelijk,
neery waar en tot wien men spreekt.
Welvoegelijke toon in het /preken; wehoe^
gelijke uitfpraak.
* 3)ie spreekt, wil verstaan worden: van
bier