Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 83 )
WélVóegcUJkhCid in Hatidgehdréh,
Eenig niet oyerdrevene handgebaar (gesti-
culatie) in het spreken, byzonderlgk bij ge-
moedsaandoening, is natuurlijk, en derhalve
ook niet onwelvoegelijk; maar een mn zicli
heen slaan met de handen, waarbij de óm-
st^fidéfs ift geva^f komen van iriisscliien "te
gevoelig aangeraakt te werden, is even zeer
eene kwetsing der wélvoègelijkheid, als het
tene cniwelvoegeUjke zotfderlingh«d is^ wan*
neer men, in het spraken, eenea vinger aan
feet voorhoofd of den neus houdt , of wd
zelfs dengenen, met wien men spreekt, mtt
de gebalde vuist onder den neus komt, do
hand in de zijde stemt, op anderen leg?»
liun in de zijde staat, of ^euen knoop vaa
hun kleed 'vasthoudt. Niet minder onwel-
v^g€lijk is het, aan de vittgers of mgels^ tè
kaauwen, met de Vingerö hi den neus te
peuteren > de handen in de broek te stek«n,
D 6 — ee-