Boekgegevens
Titel: Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Auteur: Dolz, Johann Christian
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1820
Opmerking: Vert. van : Anstandslehre für die Jugend
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1024 G 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205973
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen over de gezellige welvoegelijkheid voor jongelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 80 )
heden, of met de zwakheden van anderen ,
bemerken. Reeds een wgze der oudheid
maakte de zeer juiste aanmerking, het lag-
chen heeft zijnen tijd. Die bij elke gelegen-
heid lacht, doet zien , dat hij, door iedere
kleinigheid, aangenaam vtrrascht worden kan,
en dat gevolgelijk zijn geest zeer beperkt is.
Aan het vele lagchen, zegt daarom een oud,
wat scherp luidend, spreekwoord, erkent
men den gek. Het lagchen is, naar de
waarneming van eenen anderen menschen-
kenner, de proef van den mensch. Dat het
vertoonen van vrolijkheid, door lagchen, of
ook slechts, door glimlagchen, bij plegtige
en treurige omstandigheden, bij voorb., ia
godsdienstige en andere ernstige vergaderin-
gen , of bij begravenissen, te eenenmaal on-
gepast is, en eene groote onbezonnenheid
verraadt, valt in de oogen. Een honend,
spotachtig lagchen, bij het verdriet van ande-
ren, geeft blijken van een kwaad hart. Al-
thans verraadt het onbeschaamdheid of ruwe
ligtzinnigheid, indien men, in gezelschap-
pen, over zonderlingheden, welke de een of
an-